Met 33 342 woorden heb ik mijn schrijfdoel van 40k net niet behaald. Dat is gedeeltelijk aan mezelf te wijten, maar gedeeltelijk ook niet. Eerst maar eens de cijfers van deze maand:
- Schrijfdagen: 18/20
- Woorden: 33 342/40 000
- Scènes: 46
- Hoofdstukken: 11
De twee schrijfdagen die ik heb moeten missen waren dagen waarop er ook een andere, onverzetbare afspraak stond die zo veel van mij vroeg dat ik niet genoeg energie en concentratie overhield om ook nog aan mijn manuscript te werken, hoe graag ik ook wilde. Op zo’n moment slaat bij mij direct de angst toe dat ik er nooit meer inkom. Geen schrijfproces meer. Dag boek. Einde verhaal.
Ik overwoog om die dag toch door te zetten – een schrijver is immers iemand die schrijft. Maar het ging niet. Het bleek daarentegen dat het de dag daarop wel weer lukte en dat ik zelfs uitgerust en met een frisse blik nieuwe oplossingen kon vinden. Mijn keuze om op zo’n moment dus een hele dag te laten varen pakte goed uit. Halfhartig of even tussendoor schrijven lukt me niet; ik doe het goed of ik doe het niet.

Toch loop ik meer woorden achter dan ik in twee dagen kan inhalen en dat komt omdat ik vooral tegen het einde nog geen goed beeld had van waar ik eigenlijk naartoe wilde. Als ik weet waar ik mijn verhaal wil laten uitkomen dan schrijf ik als de wiedeweerga, maar ik had nog niet zo veel ideeën over hoe ik alle karakters, subplots en mysteries weer bij elkaar kon brengen. Ik ben in mijn leven aan tientallen verhalen begonnen, maar heb er slechts weinig afgemaakt, dus ik merk ook dat ik minder ervaring heb in het schrijven van laatste hoofdstukken. Kort gezegd, ik zat meer te denken dan te schrijven en kwam zodoende op 11 van de 18 dagen niet aan mijn dagelijkse doel van 2000 nieuwe woorden.

(iedere week komt er
een ansichtkaart bij)
Het vergt een zekere moed om de eerste 60 000 woorden van een verhaal te schrijven en dan te zeggen: ik zie wel waar ik uitkom. Dat is uren aan intensieve concentratie, tientallen dagen gewijd aan het opzetten en creëren van een wereld, totale overgave aan een plot zonder conclusie, zonder enige garantie dat er aan het eind ook maar iets zinnigs op papier staat. Zonder zeker te weten of het het waard zal zijn.
Voor een planner in hart en nieren zoals ik is zo’n sprong in het duister hoogst ongemakkelijk. Het vergt vertrouwen in jezelf – en hoe kom je daaraan als je niet doet? Ik moest mezelf aan mezelf bewijzen en nam de sprong. Ik werd beloond. Afgelopen maand ben ik meer verrast door mijn eigen karakters dan ooit tevoren. Vanuit het niets kondigden onverwachte personages zich aan tijdens nieuwe scènes op verbazingwekkende locaties. Soms ontdekte ik een scène stapvoets, zin voor zin. Pas als ik de punt op papier zette, diende de volgende hoofdletter zich aan.
Een tweede ontdekking was dat ik emoties tijdens het schrijven anders waarneem dan in het dagelijks leven. Het is moeilijk te verwoorden, maar ze zijn op de een of andere manier rauwer, puurder. Als ik alleen aan mijn bureautje zit en er niemand meekijkt, laat ik mezelf raken door gevoelens waar ik me anders voor afsluit. Misschien weten andere schrijvers, of bijvoorbeeld muzikanten, wel wat ik bedoel?
Het loslaten van mijn strakke planning heeft me in ieder geval, behalve frustratie, ook hele waardevolle dingen opgeleverd. Volgende week schrijf ik nog vier dagen, waarin ik het verhaal wel koste wat kost wil afsluiten. De rest kom dan in de revisie. Er moet namelijk ook ruimte komen voor nieuwe dingen, zoals de schrijfcursus waar ik de komende weken aan meedoe!

Voor februari heb ik dus wel een aantal losse ideeën, maar afhankelijk van hoe volgende week verloopt zal dat zich ter plekke vorm gaan geven. Het is vooral een maand om uitloop op te vangen en voorbereidingen te treffen voor de volgende schrijffase van mijn Zandlopers manuscript, zodat ik in maart kan beginnen aan de eerste herschrijfronde.
Dankjewel weer voor het lezen van mijn schrijfavonturen en tot volgende maand!
-Ella


Geef een reactie