Allereerst is er wat te vieren: met een totaal van 76 829 woorden staat de eerste versie van mijn manuscript op papier! Een aantal jaar geleden had ik nog geen idee hoe ik óóit een verhaal zou moeten afronden. Nu is dit al mijn derde verhaal van meer dan 50k. Maar van nature kijk ik niet achterom, maar vooruit: ik heb nog nooit een lang verhaal zo herschreven dat ik het ook aan mensen durfde te laten lezen. Ik ben dan wel een (grote) stap dichterbij, maar mijn vraag is nog steeds: hoe kan ik óóit een verhaal afmaken? Het is zó veel werk. Er moet nog zó veel gebeuren. Afgelopen maand heb ik niet alleen de laatste zin op papier gezet, maar ben ik ook gaan inventariseren wat ik heb, wat anders moet, wat weg moet en wat er nog bij moet. En dat is veel.
Uiteraard heb ik eerst even afstand van het verhaal genomen. Dat bleek niet moeilijk, sterker nog, mijn lichaam deed het voor mij: ik kreeg griep. Een hele effectieve methode om alles over je verhaal te vergeten, kan ik je vertellen. Toen ik weer beter was ben ik heel voorzichtig eens gaan kijken hoe het ook alweer allemaal in elkaar stak. Ik probeer trots te zijn op wat ik heb bereikt, tevreden te zijn met wat ik al heb, maar uiteindelijk blijf ik een enorme perfectionist: ik zie vooral wat er nog beter kan en dat is bijna alles. Verwacht dus niet dat dit boek dit decennium nog af komt, alsjeblieft.
Waar ik mezelf mee motiveerde was het aanschaffen van een mooie nieuwe ringmap. Als ik iedere scène in de tweede ronde dan op een nieuwe pagina begin, kan ik makkelijk de volgorde aanpassen en er zo veel mee puzzelen als ik maar wil. Ik heb er al tabbladen in gezet en een mooi voorblad gemaakt…

Maar er zijn een aantal scènes die ik later pas bedacht heb en die ik er nog bij moet schrijven. Die horen dus eigenlijk nog bij de eerste versie. Er is ook nog ruimte over achterin de twee notitieboekjes die ik daarvoor heb gebruikt, dus dat is de eerste taak die ik heb voor komende maand. Ik denk dat ik eerst alle extra scènes af wil maken en dan pas in de herschrijf-modus stap. Alleen voelt dat dus alsof er geen vooruitgang in zit. Misschien ben ik te ongeduldig, misschien heb ik die mooie ringmap te vroeg aangeschaft – maar dit zijn dus de momenten waarop ik het idee heb dat dit boek nooit afkomt.
In ieder geval ga ik het proberen. Als ik traag vooruitkom is er nog steeds een kans dat het een keertje afkomt. Als ik niet schrijf, gebeurt het nooit.

Daarnaast heb ik ondertussen een ander schrijfprojectje lopen, wat me verrassend veel plezier oplevert: voor mijn schrijfcursus ben ik fabels gaan schrijven. Zonder enig plan of achterliggend idee ben ik er zomaar aan begonnen, om te kijken wat er gebeurt. Het is een compleet tegenovergesteld proces van mijn fantasy manuscript en daarom een welkome tegenhanger.
Zoals het er nu naar uitziet, zal het grootste gedeelte van maart nog nodig zijn om de tweede herschrijfronde te organiseren en plannen, naast de extra scènes die ik nog aan de eerste versie wil toevoegen. Ik hoop in april dan toch echt aan het herschrijven te kunnen beginnen. En wie weet dat er tussendoor weer een fabeltje verschijnt…
Dankjewel weer voor het lezen van mijn schrijfavonturen en tot volgende maand!
-Ella


Geef een reactie